23-09-06

‘Internet is kracht van andersglobalisten’

Wanneer Hugo Van Dienderen (63) spreekt, zullen velen nog een vertrouwde stem van het Radio-1 ochtendjournaal herkennen. Toch is Van Dienderen al van 1987 van BRT 1-radio weg. Na een parlementaire carrière voor Agalev in de periode 1987 tot 1999 is hij tegenwoordig de inspirator van de Groen!Plus –seniorenbeweging.
Waar komt uw politiek engagement vandaan?
,,Van in mijn studententijd was ik bezig met de Noord-Zuidproblematiek. Don Helder Camera had gezegd dat wie iets wilde doen voor de derdewereld, best in eigen land aan een mentaliteitsverandering kon werken. Ik nam die oproep ernstig. Ik woonde in die tijd in Brasschaat: samen met mijn echtgenote richtte ik daar een van de eerste wereldwinkels op, werkten we voor 11-11-11, de gemeentelijke raad voor Ontwikkelingssamenwerking en een plaatselijke Vaka-afdeling.’’
In 1975 ging u aan de slag bij de BRT. Was dat uw manier om uw engagement te vertalen?
,,De openbare omroep stond voor neutraliteit en onpartijdigheid. Ik kon daar dus niet zomaar mijn boodschap kwijt. Wel heb ik in de jaren tachtig in heel Vlaanderen in mijn vrije tijd debatten geleid over de rakettenkwestie. Dat was zowat mijn specialiteit. In die tijd deed ik het ochtendnieuws op de radio, samen met Danny Hué en Rudy Dufour. Dat was een zeer dynamisch team. Het persoverzicht, dat ik ook jarenlang verzorgde, was toen belangrijker dan nu. Het werd ook drie keer per dag uitgezonden.’’
Vanwaar uw overstap naar de politiek?
,,Mijn vrouw kwam in 1982 op voor de Agalev-gemeenteraadslijst. Nadien werd ik gepolst of ik geen kandidaat wilde zijn voor het parlement. Ik dacht dat ik mijn ideaal en beroep beter kon combineren in de groene politiek dan bij de radio. Ik stelde mij kandidaat en werd in 1987 verkozen. Achteraf hoorde ik dat toenmalig BRT-administrateur-generaal Cas Goossens had nagetrokken of mijn politieke sympathieën ooit waren doorgeschenen in mijn bijdragen. Maar dat bleek niet het geval. Integendeel zelfs. Ik herinner me een interview waarin ik André Bogaert van Vaka zo kritisch aanpakte dat dit mensen uit de vredesbeweging schokte. Maar als je een dossier door en door kent, helpt dat vaak om de juiste vragen te stellen.’’
Heeft u de media ten goede of ten kwade zien evolueren?
,,Ik herinner mij nog hoe radiojournalisten aan eerste minister Gaston Eyskens vroegen of ze alstublieft een vraag mochten stellen. Dat is gelukkig veranderd. De kritische journalistiek kwam tot stand in de jaren dat ik bij de omroep was. Die kritische reflex tegenover de macht is gebleven en dat is een goede zaak.In onze tijd begonnen wij ook journaals te maken die aangenaam waren om naar te luisteren, met het nieuws dat de mensen het meest interesseert voorop, met ooggetuigenverslagen en dergelijke. Dat heel droge, waarbij geen woord te veel werd gezegd, ging er wat af.’’
Een tendens die ertoe leidde dat een tv-nieuws nu veertig minuten lang met bijzonder irrelevante dingen wordt gevuld…
,,Bij de televisie zette die trend inderdaad nog sterker door, waardoor men afgleed naar ‘infotainment’. Daarom houd ik meer van radioberichtgeving die toch bondiger blijft. Nieuwe technieken kunnen soelaas bieden. Met digitale televisie selecteer je de items die je interesseren. En wie het brede nieuws te langdradig vindt, kan op het internet met zijn vele e-zines meer gespecialiseerde informatie bieden. Het internet is voor het verenigingsleven een zegen. Het is de kracht van de andersglobalisten, maar ook van een vereniging als Groen!Plus.’’
Is de keerzijde van de medaille niet dat de versnippering en de vereenzaming nog toenemen?
,,In het begin van de televisie gingen mensen bij de buren naar tv kijken. Iedereen volgde hetzelfde programma, dat onderwerp van gesprek was. Nu zit ieder almaar meer voor zijn eigen scherm. Daarom is een ontwikkeld middenveld nodig om mogelijke vereenzaming tegen te gaan. Maar digitalisering en vereenzaming hoeven geen synoniem te zijn. Kijk maar naar het enorme succes van internetcursussen voor senioren bijvoorbeeld. Het is belangrijk bij die generatie het digi-analfabetisme tegen te gaan.’’
Domineert de ‘waan van de dag’ niet almaar meer het gewone nieuws?
,,Tijdens mijn acute ziekteperiode heb ik een nieuwsvasten onderhouden. Ik las alleen een aantal bewust uitgekozen magazines zoals Le monde diplomatique of het kritische e-zine over buitenlandse politiek Uitpers. Dat was leerrijk: je neemt afstand van de waan van de dag en achteraf merk je dat je eigenlijk niets hebt gemist. Met de seniorenbeweging van Groen hou ik me sowieso minder met dagjespolitiek bezig en werken we meer aan projecten op langere termijn. Men zegt wel dat de tijd van de grote verhalen voorbij zou zijn, maar ik mis een diepgravend ideologisch debat over waar het naar toe moet.’’
Hoe beoordeelt u de huidige politieke verslaggeving? Legt die voldoende uit waar politici echt mee bezig zijn?
,,De verantwoordelijkheid daar is dubbel. Parlementairen moeten ernaar streven om met een breder publiek te communiceren. Zelf heb ik ondervonden dat het niet evident is daar tijd voor te maken, zeker niet in een kleine fractie. Je moet van de ene vergadering naar de andere commissie. Af en toe maken radio en televisie werk van een blik achter de schermen. Ik erger mij wel aan populistische commentaren of beelden die focussen op hoe weinig volk er zit. Terwijl op dat zelfde ogenblik vaak commissies aan de gang zijn waar de verkozenen hun werk ernstig trachten te doen.’’
De media gelden als de ‘vierde macht’. Overroepen? ,
,Bij ons kennen we gelukkig nog geen Berlusconi-toestanden. In Italië zag je wat er kan gebeuren als iemand die de media controleert ook politieke macht begint op te bouwen. Gelukkig lopen er bij ons nog geen media-eigenaars rond met dergelijke ambities. In de praktijk beschikken de redacties toch over een serieuze redactionele onafhankelijkheid tegenover de eigenaars van de productiemiddelen.’’
Staat de vertrouwelijke omgang tussen Wetstraat-journalisten en politici neutrale verslaggeving niet in de weg? ,
,Het is nu eenmaal de taak van journalisten aan primeurs te komen. Aan de andere kant is het ook niet abnormaal dat politici van de media en hun contacten met journalisten gebruik maken om hun agenda uit te voeren. Dat is een spel van geven en nemen. Corrupt wordt het pas als daar externe beloningen aan worden gekoppeld. In mijn ervaring is dat niet het geval. De journalist moet in ieder geval zijn kritische zin laten spelen. Ik merk wel dat het checken van de bronnen is afgenomen onder de toenemende werkdruk en sensatiezucht. Daardoor worden er meer flaters begaan. Men loopt gemakkelijker in bepaalde spelletjes die politici opzetten om concurrenten onderuit te halen.’’
Had u meer macht of invloed als politicus dan als journalist?
,,Het spel tussen media en politiek is een samenspel. Maar de macht van een journalist is zeker niet absoluut. Ik had ongetwijfeld meer invloed als politicus. Ik ben nog altijd blij dat dankzij mijn wetsvoorstel – het enige dat het ooit tot wet schopte – tienduizenden een fiscaal vrijgestelde fietsvergoeding krijgen. Dat heeft zeker het aantal afgelegde fietskilometers enorm de hoogte ingejaagd. Zoiets kun je niet realiseren vanuit de journalistiek.’’
Was uw overstap naar de politiek achteraf gezien een goede beslissing? ,,
Absoluut. Ik heb daar nooit spijt van gehad. Feit is dat het milieubewustzijn enorm is toegenomen. Van de eerste rapporten van de Club van Rome begin jaren zeventig tot vandaag is er veel veranderd. Het feit dat iedere partij nu een uitgebouwd milieuhoofdstuk heeft, betekent iets. In die ontelbare debatten kun je toch een overtuiging overbrengen. Voor mij blijft het belangrijkste dat we de grenzen van ons ecosysteem leren respecteren, teneinde het menselijke leven op onze planeet mogelijk te houden.’’
U begon als idealist en u bent dat nog altijd. Vindt u dat de wereld er sinds de jaren zestig tot nu op vooruitgaat?
,,We moeten vaststellen dat de kloof tussen Noord en Zuid ondanks alle mogelijke plannen van de Verenigde Naties en de Wereldbank nog groter is geworden. Ook inzake de ecologische uitbuiting van de planeet is het roer nog niet omgegooid. Sociaal en ecologisch zijn we er niet op vooruitgegaan. Hier en daar zijn er positieve tekenen. Zo zorgt het verbod op drijfgassen in spuitbussen ervoor dat het gat in de ozonlaag verkleint. Maar de Kyoto-norm om de opwarming van de aarde tegen te gaan, die volgens wetenschappers nog veel te beperkt is, wordt niet gehaald. De gevolgen van de opwarming van de aarde dreigen groot te zijn. De eerste ecologische vluchtelingen bestaan nu al. In eilanden in de Stille Zuidzee zijn er boeren die hun akkers niet meer kunnen bewerken omdat het zeewater hun akkers brak maakt.’’
Stemt u dat bitter?
,,De mens is een prachtig creatuur. Er moeten veel extra-inspanningen gebeuren om te beletten dat de mensheid haar eigen graf graaft. Daarom is het ijveren voor duurzaamheid zo belangrijk. Ik denk dat de mens ook meer aandacht moet geven aan spiritualiteit. Die moet hand in hand gaan met ecologie om de planeet voor ons nageslacht te redden. Persoonlijk zie ik dat alvast veel ouderen ecologisch bewuster leven en spaarzaam met de dingen omgaan. Dat stemt me alvast hoopvol.’’ Jan De Volder in het christelijk opinieblad Tertio, 16-08-2006 http://www.tertio.be/